Waarom bewegen in huis kan meetellen

De WHO omschrijft lichamelijke activiteit als beweging door skeletspieren die energie kost. Daaronder valt beweging in de vrije tijd, onderweg, op het werk en bij huishoudelijke bezigheden. Voorbeelden zijn wandelen, fietsen, je voortbewegen met een rolstoel, sporten en spelen.[1]

Volgens de WHO is een beetje lichamelijke activiteit beter dan geen en telt alle lichamelijke activiteit mee. Wel verschilt de inspanning per activiteit. Huishoudelijke bezigheden zijn daarom niet automatisch gelijk aan een training of een volledig beweegprogramma.[1]

Kijk naar een vertrouwd moment

Je kunt denken aan hoe je je binnenshuis verplaatst of aan een beweging die je zittend maakt. De kaart hieronder helpt je om stil te staan bij zulke vertrouwde bewegingen.

Drie vragen over een gewone dag
  • Op welke momenten heb je vandaag bewogen?
  • Welke beweging voelde prettig en haalbaar?
  • Wanneer zou zo’n moment morgen kunnen passen?

Maak ruimte voor wat bij je past

Heb je vanwege beperkte bewegingsmogelijkheden al advies van een zorgverlener gekregen, volg dat dan. Je kunt het moment dat je in gedachten hebt ook opschrijven.